afsteker

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die iets laat branden
    Denekamp kan weer slapen: vuurwerk-afsteker aangehouden: De inwoners van Denekamp hebben de afgelopen nacht weer ongestoord kunnen slapen. Ze werden niet langer zoals in de afgelopen weken meermalen het geval was opgeschrikt door harde vuurwerkknallen. De veroorzaker daarvan werd in de nacht van vrijdag op zaterdag aangehouden in het dorp. Tubantia 23-10-16 [https://www.tubantia.nl/dinkelland/denekamp-kan-weer-slapen-vuurwerk-afsteker-aangehouden~ad7910b5/ Denekamp kan weer slapen: vuurwerk-afsteker aangehouden]
    Heracles verhaalt mogelijke boete op afsteker rookbom: Heracles Almelo begint, samen met de lokale autoriteiten, een onderzoek naar de rookbommen, waarmee supporters op Vak-Q zaterdagavond voorafgaand aan het thuisduel tegen VVV-Venlo (3-1) het stadion kortstondig in de ‘mist’ hebben gezet. Tubantia 31-10-17 [https://www.tubantia.nl/almelo/heracles-verhaalt-mogelijke-boete-op-afsteker-rookbom~a14c5a91/ Heracles verhaalt mogelijke boete op afsteker rookbom]
  2. kleine schop waarmee je de randen van een grasveld kunt rechtmaken

Etymologie

* van afsteken