afstel

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het afstellen, het opgeven of laten varen van een voorgenomen handeling
    Een lome blik op de imposante boezem van een langslopende dame bleek een vergeefse poging tot afstel.

Uitdrukkingen

  • Uitstel is geen afstel. (Tegenovergestelde wordt ook vaak gebruikt: Uitstel is afstel)als je iets uitstelt wil dat nog niet zeggen dat je het nooit meer gaat doen (Tegenovergestelde: je kunt het beter maar meteen doen, als je het uitstelt, komt het er vaak niet meer van)
  • Van uitstel komt afstelletterlijk, wanneer iets wordt uitgesteld wordt het vaak vergeten en helemaal niet meer gedaan