afstompen
Betekenis
werkwoord
- (erga) zijn scherpheid verliezenDit mes is aardig afgestompt.
- (ov) van zijn scherpheid berovenDat harde ruwe oppervlak stompt je mes snel af.
- (ov) iemands tegenwoordigheid van geest nadelig beïnvloedenHij is door dat geestdodende werk flink afgestompt.
Vertalingen
Fransabêtir
Duitsabstumpfen, abstumpfen
Spaansdespuntar, embrutecer, abobar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek