afstraffen

/ˈɑfstrɑfə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iets betaald zetten
    Die vermetelijke daad werd meedogenloos afgestraft.
    Het arrogante elftal dat ervan uitging dat ze met gemak de wedstrijd zou winnen werd meedogenloos afgestraft.
  2. tweede betekenisomschrijving
    Zin met het afstraffen in de tweede betekenis erin.
  3. enz.