afstroming
vrouwelijk (de)/'ɑfstromɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het naar beneden vloeien
- het ergens vandaan vloeien
- het van een hoger naar een lager onderwijsniveau gaan
Etymologie
* van afstromen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* van afstromen