afstuderen
/ˈɑfstyˌderə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (onderwijs), (erga) het succesvol afmaken van een studie, m.n. in het hoger onderwijsHij is vorig jaar afgestudeerd en mag zich nu drs. voor zijn naam zetten.Ze moet over een maand afstuderen, in welk stadium zit ze? Drie maanden.
Vertalingen
Engelsgraduate
Spaansgraduarse
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek