aft

mannelijk/vrouwelijk (de)/ɑft/

Wat is de betekenis van aft?

aft betekent: een kleine zweer in de mond

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een kleine zweer in de mond

Voorbeelden van "aft" in een zin

  • Ongeveer één op de tien mensen heeft geregeld een aft.

Etymologie

* Van het Oudgriekse άφθη, van άπτω (branden)

Vertalingen

Engelsaphtha
Fransaphte
DuitsAphte
Spaansafta
Poolsafta