aft
mannelijk/vrouwelijk (de)/ɑft/
Wat is de betekenis van aft?
aft betekent: een kleine zweer in de mond
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een kleine zweer in de mond
Voorbeelden van "aft" in een zin
- Ongeveer één op de tien mensen heeft geregeld een aft.
Etymologie
* Van het Oudgriekse άφθη, van άπτω (branden)
Vertalingen
Engelsaphtha
Fransaphte
DuitsAphte
Spaansafta
Poolsafta
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek