aftaaien

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. erga, informeel (erga) (informeel) weggaan bij een werkzaamheid, dienst e.d.
    Nee, die zijn eergisteren al afgetaaid.
    hebben het waarschijnlijk zelf meegemaakt: drie uur in de sneeuw wachten om een kaartje te kopen en dan maar aftaaien zonder de pop-kermis te hebben aanschouwd. Anderen zijn' teleurgesteld, dat bijvoorbeeld Jimi Hendrix niet kwam opdagen.
    De Rotterdamse haven kent een heleboel aan het Engels ontleende vaktermen: afnokken (van knock off), aftaaien (to tie up; een omkering dus), lekko (let go, laat maar zakken/vallen; ook bij de marine), bleddie hoera (bloody hurray, koude drukte) en biekwanner of biekwannes (big one; groot exemplaar).
  2. inerg (inerg) dienst of werkzaamheid opgeven
    Er werd door velen afgetaaid.

Etymologie

* Mogelijk een verbastering van de Engelse vakterm tie up 'vastmaken van een schip (en vervolgens weggaan)' Jan Oudenaarden. 1986. De terugkeer van opoe herfst, over de woordenschat van Rotterdam. Veen, Utrecht [etc.] ISBN: 9020426745., voor het eerst aangetroffen in 1969 (niet 1974 ), zie vindplaats hieronder.