aftakelen

/ˈɑftakələ(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) slechter worden
    De auto was aan het aftakelen, maar reed nog wel.
  2. ov, scheepvaart (ov) (scheepvaart) een schip van zijn takelage of tuig ontdoen
    Een schip aftakelen.
  3. medisch (medisch) het door ouderdom of ziekte verliezen van lichaamsfuncties
    Hij is verder afgetakeld dan ik had verwacht, hij herkent me niet eens meer!

Etymologie

* In de betekenis van ‘een schip aftuigen’ voor het eerst aangetroffen in 1809

Vertalingen

Engelsdeteriorate, decline, unrig
Fransdépérir, décliner, gâtifier
Spaansenvejecer, decaer