aftakelen
/ˈɑftakələ(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) slechter wordenDe auto was aan het aftakelen, maar reed nog wel.
- (ov) (scheepvaart) een schip van zijn takelage of tuig ontdoenEen schip aftakelen.
- (medisch) het door ouderdom of ziekte verliezen van lichaamsfunctiesHij is verder afgetakeld dan ik had verwacht, hij herkent me niet eens meer!
Etymologie
* In de betekenis van ‘een schip aftuigen’ voor het eerst aangetroffen in 1809
Vertalingen
Engelsdeteriorate, decline, unrig
Fransdépérir, décliner, gâtifier
Spaansenvejecer, decaer
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek