afvaardiging

vrouwelijk (de)/'ɑfardəɣɪŋ/

Wat is de betekenis van afvaardiging?

afvaardiging betekent: een of meer mensten die als vertegenwoordigers zijn gestuurd

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een of meer mensten die als vertegenwoordigers zijn gestuurd

Voorbeelden van "afvaardiging" in een zin

  • Nederland mocht drie sporters naar de Olympische Spelen als afvaardiging sturen.

Betekenis en uitleg van afvaardiging

Afvaardiging verwijst naar het proces waarbij een groep mensen wordt aangewezen om een bepaalde taak of rol te vervullen, vaak als vertegenwoordigers van een grotere groep. Denk aan een team dat een belangrijke vergadering bijwoont of een delegatie die naar een conferentie gaat.

Dit woord wordt vaak gebruikt in formele contexten, zoals in de politiek, het bedrijfsleven of bij internationale bijeenkomsten. Wanneer je bijvoorbeeld een afvaardiging naar een belangrijk evenement stuurt, betekent dit dat je een selecte groep mensen kiest die jouw belangen of standpunten vertegenwoordigen. Het heeft een nuance van vertegenwoordiging en verantwoordelijkheid.

Voorbeelden

  • De afvaardiging van onze school heeft met succes een prijs gewonnen op de nationale wetenschapsbeurs.
  • Tijdens de internationale conferentie werd een afvaardiging van verschillende landen gevormd om het klimaatvraagstuk te bespreken.
  • De afvaardiging van de werknemers sprak met de directie over de nieuwe arbeidsvoorwaarden.

Woordoorsprong

Het woord 'afvaardiging' is afgeleid van 'afvaardigen', wat betekent iemand aanwijzen of sturen om namens anderen op te treden. Het heeft wortels in de Nederlandse taal die verwijzen naar vertegenwoordigen of delegeren.

Veelgestelde vragen over afvaardiging

Wat is de betekenis van afvaardiging?

afvaardiging betekent: een of meer mensten die als vertegenwoordigers zijn gestuurd

Welk woordgeslacht heeft afvaardiging?

afvaardiging is een vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van afvaardiging?

Synoniemen van afvaardiging zijn: delegatie, deputatie, missie, gezantschap, vertegenwoordiging.

Hoe gebruik je afvaardiging in een zin?

Voorbeeld: “Nederland mocht drie sporters naar de Olympische Spelen als afvaardiging sturen.

Etymologie

* van afvaardigen

Vertalingen

Engelsdelegation
Fransdélégation
DuitsDelegation
Spaansdelegación
Zweedsdelegation