afvaardiging

vrouwelijk (de)/'ɑfardəɣɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een of meer mensten die als vertegenwoordigers zijn gestuurd
    Nederland mocht drie sporters naar de Olympische Spelen als afvaardiging sturen.

Etymologie

* van afvaardigen

Vertalingen

Engelsdelegation
Fransdélégation
DuitsDelegation
Spaansdelegación
Zweedsdelegation