afvaardiging
vrouwelijk (de)/'ɑfardəɣɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een of meer mensten die als vertegenwoordigers zijn gestuurdNederland mocht drie sporters naar de Olympische Spelen als afvaardiging sturen.
Etymologie
* van afvaardigen
Vertalingen
Engelsdelegation
Fransdélégation
DuitsDelegation
Spaansdelegación
Zweedsdelegation
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek