afweerder

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets of iemand die iets of iemand beschermt tegen kwade invloeden
    De haan is het zinnebeeld der zon en als zoodanig ook een afweerder van spoken en kwade invloeden. DBNL (1886)–M.T.H. Perelaer [https://www.dbnl.org/tekst/pere002babo02_01/pere002babo02_01_0014.php Baboe dalima. Opium roman. Deel 2] geraadpleegd 29 december 2018

Etymologie

* van afweren