afweerstof
mannelijk/vrouwelijk (de)/'ɑfwerstɔf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- De stoffen die het lichaam maakt om een infectieziekte te bestrijden.Hoe langer echter de Lyme-bacterie in het lichaam rondzwerft, hoe groter het aantal afweerstoffen en hoe groter ook de kans dat deze klachten veroorzaken.
Vertalingen
Engelsantibody, immune substance
Fransanticorps
DuitsAntikörper, Antistof
Spaansantídoto, anticuerpo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek