afweerstof

mannelijk/vrouwelijk (de)/'ɑfwerstɔf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. De stoffen die het lichaam maakt om een infectieziekte te bestrijden.
    Hoe langer echter de Lyme-bacterie in het lichaam rondzwerft, hoe groter het aantal afweerstoffen en hoe groter ook de kans dat deze klachten veroorzaken.

Vertalingen

Engelsantibody, immune substance
Fransanticorps
DuitsAntikörper, Antistof
Spaansantídoto, anticuerpo