afwijking
vrouwelijk (de)/'ɑfwɛɪkɪŋ/
Wat is de betekenis van afwijking?
afwijking betekent: (techniek) het niet goed afgesteld staan en naar een bepaalde kant neigen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (techniek) het niet goed afgesteld staan en naar een bepaalde kant neigen
- (medisch) lichamelijk of geestelijk gebrek
Voorbeelden van "afwijking" in een zin
- Het stuur had een afwijking naar links.
- Een aangeboren afwijking aan de aortaklep.
- Het buurmeisje had een afwijking, maar was ook erg aardig.
- De moderne wereld behoorde uitdrukkelijk toe aan de extraverte mens, terwijl de introvert gestemden thuis aan hun lot werden overgelaten en het gevoel kregen opgedrongen dat datgene waar ze zich het prettigst bij voelden - alleen-zijn - een afwijking was.
Etymologie
* van afwijken
Vertalingen
Engelsdeviation, anomaly, abnormality
Fransdéviation, aberration, fêlure
Spaansdesviación, anomalía, aberración
Portugeesaberração
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek