woorden
boek
Start
›
A
›
afwonen
afwonen
/ˈɑfwonə(n)/
Betekenis
werkwoord
ov
(ov) op een manier in een huis verblijven dat dit huis daarna niet meer geschikt is voor bewoning
inerg, juridisch, historisch
(inerg) (juridisch) (historisch) lange tijd buiten een stad verblijven
Synoniemen
uitwonen
Antoniemen
inwonen
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← afwond
afwoog →