uitwonen

/ˈœytwonə(n)/

Wat is de betekenis van uitwonen?

uitwonen betekent: (ov) door nonchalante bewoning en slecht onderhoud verslijten, doen vervallen

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) door nonchalante bewoning en slecht onderhoud verslijten, doen vervallen
  2. intr (intr) niet intern verblijven, wonen (in het bijzonder: overnachten) op een andere plaats dan verwacht wordt van de leden van een bepaald gezin of verband
  3. ov, seksualiteit, figuurlijk (ov) (seksualiteit) (figuurlijk) met iemand lang en heftig seks hebben totdat die lichamelijk uitgeput is

Voorbeelden van "uitwonen" in een zin

  • Het huis uitwonen.
  • Hij werd dus, op zijn 16e jaar, gescheiden van zijne ouders, broeders en zusters, van zijn huis en hof; Rolleweg en veste en molen, stad en Dunecollege moest hij verlaten, om te gaan uitwonen, half knecht, half leerling, in 't onbekende.
  • Ik lees al een aantal dagen over bareback-feesten. Dat zijn partijtjes waarop condoomloze homo’s elkaar stevig uitwonen. Alles mag en als dat soort homo’s zegt alles, dan bedoelen ze ook alles.