uitwonen
/ˈœytwonə(n)/
Wat is de betekenis van uitwonen?
uitwonen betekent: (ov) door nonchalante bewoning en slecht onderhoud verslijten, doen vervallen
Betekenis
werkwoord
- (ov) door nonchalante bewoning en slecht onderhoud verslijten, doen vervallen
- (intr) niet intern verblijven, wonen (in het bijzonder: overnachten) op een andere plaats dan verwacht wordt van de leden van een bepaald gezin of verband
- (ov) (seksualiteit) (figuurlijk) met iemand lang en heftig seks hebben totdat die lichamelijk uitgeput is
Voorbeelden van "uitwonen" in een zin
- Het huis uitwonen.
- Hij werd dus, op zijn 16e jaar, gescheiden van zijne ouders, broeders en zusters, van zijn huis en hof; Rolleweg en veste en molen, stad en Dunecollege moest hij verlaten, om te gaan uitwonen, half knecht, half leerling, in 't onbekende.
- Ik lees al een aantal dagen over bareback-feesten. Dat zijn partijtjes waarop condoomloze homo’s elkaar stevig uitwonen. Alles mag en als dat soort homo’s zegt alles, dan bedoelen ze ook alles.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek