Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
afzaat
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) het schuine deel van een horizontale lijst, bijvoorbeeld een waterlijst of raamdorpel: het schuin aflopende bovenvlak van de onderdorpel, waardoor hemelwater gemakkelijk kan weglopen zonder schade aan te richten aan de muur
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek