afzwemmen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. een zwemexamen doen
    De trotse ouders keken naar hun kind dat voor het zwemdiploma A afzwom.
    Max en Dennis. Lachende koppies op hun derde verjaardag. De eerste schooldag. Fietsen met zijwieltjes. Afzwemmen. . . De laatste flard was een pijnlijke steek die ze schijnbaar emotieloos incasseerde.