afzwaaier

mannelijk (de)/'ɑfswajər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets wat zijn doel helemaal mist
    Singh, afkomstig van de Fiji Eilanden en in 2000 winnaar van de Masters, sloeg de bal af van de tee van hole zeven, maar zijn afzwaaier belandde op de green van hole acht, waar de onfortuinlijke caddie stond. Tubantia 10-01-17 [https://www.tubantia.nl/sport/golfer-singh-slaat-caddie-ziekenhuis-in~a8c5e635/ Golfer Singh slaat caddie ziekenhuis in]
    Handboogschutter Sjef van den Berg heeft zich geplaatst voor de achtste finales op de Olympische Spelen in Rio de Janeiro. Hij won in een gelijkopgaande strijd van de Turk Mete Gazoz in vijf sets: 29-29, 27-28, 26-25, 28-27 en 28-25. Van den Berg schoot zeer constant zonder afzwaaiers. Hij noteerde slechts met twee pijlen een acht, de rest was een negen of tien. Tubantia 10-01-17 [https://www.tubantia.nl/sport/boogschutter-van-den-berg-naar-beste-zestien~a4c91413/ Boogschutter Van den Berg naar beste zestien]
    Hoe meer raketten er worden afgeschoten, hoe groter de kans op een afzwaaier die Rusland of Iran treft en die tot een militaire reactie kan aanzetten. Tubantia Bob van Huet 12-04-18 [https://www.tubantia.nl/buitenland/raakt-een-raket-verkeerd-doel-dan-schiet-hele-regio-in-brand~ab7fd150/ Raakt een raket verkeerd doel, dan schiet hele regio in brand]
  2. soldaat die de militaire dienst verlaat

Etymologie

* van afzwaaien