treffer

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets dat doel treft
    Even later tekende Lewandowski wel voor zijn tiende Champions League-treffer. Oud-Ajacied Maximilian Wöber ging het duel met de Poolse spits veel te lomp in, waarna Lewandowski zijn zelf verdiende strafschop snoeihard in de linkerhoek schoot: 1-0.
  2. gelukkig toeval
  3. informatica (informatica) resultaat van een zoekopdracht in een bestand

Etymologie

* van treffen