treffen

/ˈtrɛfə(n)/

Wat is de betekenis van treffen?

treffen betekent: (ov) raak schieten; raken en daardoor kapot of beschadigd worden

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) raak schieten; raken en daardoor kapot of beschadigd worden
  2. rcpq (rcpq) bij elkaar komen
  3. inerg (inerg) goed uitkomen

Voorbeelden van "treffen" in een zin

  • De een-na-laatste dag werd ik getroffen door een enorme sneeuwstorm die de hele dag duurde.
  • De European Broadcasting Union (EBU), die het Eurovisie Songfestival organiseert, snapt dat er in Oekraïne teleurgesteld is gereageerd op de keuze om het evenement volgend jaar niet in het door oorlog getroffen land te houden. De organisatie blijft echter bij de beslissing dat het winnende land Oekraïne momenteel niet aan de eisen voldoet om het Songfestival te organiseren, meldt ze op Twitter.
  • Alleen inwoners mogen het getroffen gebied weer in, maar moeten rekening houden met allerlei vallende voorwerpen, zoals dakpannen en takken. Ook waren iets voor 17.00 uur nog niet alle straten veilig. De brandweer verwacht nog enkele uren nodig te hebben.
  • Wij troffen elkaar in het restaurant.
  • We spraken een plek af waar we elkaar over een week zouden treffen, maar helaas duurde zijn blessure langer dan verwacht en zag ik hem pas een maand later weer terug.

Betekenis en uitleg van treffen

Het woord 'treffen' verwijst naar het ontmoeten of samenkomen van mensen of dingen. Het kan ook betekenen dat je iets raakt of een doel bereikt, zoals in een spel of wedstrijd.

Je gebruikt 'treffen' vaak in de context van fysieke ontmoetingen, zoals afspreken met vrienden of collega's. Het kan ook van toepassing zijn in situaties waarin iets succesvol wordt bereikt, zoals het behalen van een doel. De nuance kan variëren van een casual ontmoeting tot een meer serieuze of betekenisvolle samenkomst.

Voorbeelden

  • Tijdens de vergadering zullen we de nieuwe plannen treffen en bespreken.
  • Ik hoop dat ik je morgen op het feest kan treffen en bijpraten over de laatste nieuwtjes.
  • De schutter wist zijn doel te treffen met een perfecte schot.

Woordoorsprong

Het woord 'treffen' stamt af van het Oudnederlandse 'treffen', wat 'ontmoeten' of 'raakt' betekent. Het is verwant aan woorden in andere Germaanse talen die ook soortgelijke betekenissen hebben.

Veelgestelde vragen over treffen

Wat is de betekenis van treffen?

treffen betekent: (ov) raak schieten; raken en daardoor kapot of beschadigd worden

Hoeveel betekenissen heeft treffen?

treffen heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Wat zijn synoniemen van treffen?

Synoniemen van treffen zijn: raken, ontmoeten, afspreken.

Hoe gebruik je treffen in een zin?

Voorbeeld: “De een-na-laatste dag werd ik getroffen door een enorme sneeuwstorm die de hele dag duurde.

Etymologie

* In de betekenis van ‘raken’ voor het eerst aangetroffen in 1409

Uitdrukkingen

  • een schikking treffen

Vertalingen

Engelshit, strike
Franstoucher
Duitstreffen
Spaansgolpear, acertar
Deenstræffe, ramme