afzwieren
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) heftig met de armen of het lichaam zwieren (schaatsen, dansen)Die schaatsers kwamen heftig afgezwierd.
- (inerg) van iets weg bewegen, duwen of gooienDie lastige reizigers werden door de conducteur prompt van de trein gezwierd.
- (inerg) een losbandig leven leidenDie studenden hebben aardig wat afgezwierd.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek