agglomeraat

onzijdig (het)/ɑɣlomə'rat/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. opeenhoping (zonder innerlijke samenhang)
    Maar alles overziend verwerpt hij wat de BVD heeft gedaan. “Het is een agglomeraat van lichtelijk kwaadaardige en impertinente aantekeningen. [https://www.parool.nl/nederland/hoogleraar-abram-de-swaan-jarenlang-gevolgd-door-de-veiligheidsdienst-kan-nu-zijn-dossier-inkijken-ik-word-hier-verdrietig-van~b22947f4/ www.parool.nl (17 feb 2024)]
  2. geologie (geologie) chaotische verzameling van grove vulkanische stenen

Etymologie

* van agglomereren

Vertalingen

Engelsagglomerate, agglomeration
Spaansaglomeración