Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
aidsmoeheid
vrouwelijk (de)/'etsmuhɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het beu zijn van alle aandacht die er voor aids isDoor het minder grimmige vooruitzicht, lijkt de waakzaamheid weer af te zwakken: vanaf 2000 blijkt dat syfilis opnieuw aan een opmars bezig is onder homomannen en in postordercatalogen verschijnt reclame voor video's waarin onveilige homoseks (barebacking) te zien is. Er is sprake van aidsmoeheid.de Standaard 01 DECEMBER 2006 [http://www.standaard.be/cnt/gv91580lh Van angst voor vreemde kwaal tot grote Zet 'm op-campagnes ],,Je mag het effect van condoom- en aidsmoeheid niet onderschatten. Zelfs bij partners van HIV-patiënten merken we dat. Ze dringen er bij hun seropositieve partner vaker op aan het condoom achterwege te laten. Onder het motto: het is altijd goed gegaan. 38 procent van de HIV-pati&35;nten geeft toe al eens onveilige seks te hebben gehad.de Standaard 29 NOVEMBER 2003 [http://www.standaard.be/cnt/dst29112003_027 REPORTAGE. Het aantal HIV-besmettingen in België stijgt ]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek