airbus

mannelijk (de)/ˈɛːrbʏs/

Wat is de betekenis van airbus?

airbus betekent: Europees samenwerkingsverband tussen Franse, Duitse en Spaanse vliegtuigbouwers

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. Europees samenwerkingsverband tussen Franse, Duitse en Spaanse vliegtuigbouwers
  2. groot passagiersvliegtuig

Voorbeelden van "airbus" in een zin

  • Bij Airbus werken in Groot-Brittannië 14.000 mensen en de activiteiten van de onderneming zijn goed voor naar schatting 110.000 andere banen. Reformatorisch Dagblad 22 juni 2018 [https://www.rd.nl/vandaag/economie/oliefondsen-stralen-op-positieve-beurzen-1.1496137 Oliefondsen stralen op positieve beurzen]
  • De luchtvaartmaatschappij gaat met toestellen van het type Airbus A350-900ULR vliegen op het traject. Die tweemotorige toestellen beschikken onder meer over extra brandstofcapaciteit en zijn relatief licht. Producent Airbus omschrijft het passagiersvliegtuig als „extreem efficiënt”. De Telegraaf 30 mei 2018 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/2100972/singapore-airlines-komt-met-langste-lijnvlucht Singapore Airlines komt met langste lijnvlucht]

Vertalingen

Engelsairbus