albino

mannelijk/vrouwelijk (de)/ɑlˈbino/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een persoon, dier of plant met weinig pigment
    Nog steeds bestaat er veel onbegrip over albinisme. Mensen met de aandoening zijn vaak het slachtoffer van discriminatie. In sommige Afrikaanse landen, in Malawi en Tanzania bijvoorbeeld, vrezen albino’s voor hun leven. Ze worden aangevallen en vermoord, omdat hun lichaamsdelen volgens mythes veel geld op kunnen leveren. In Hollywoodfilms worden albino’s vaak neergezet als kwaadaardig; ook in Westerse cultuur rust er een groot stigma op albinisme. NRC Floortje Rawee 14 juni 2016
    Na Albino Luciani, die eind augustus 1978 werd gekozen en voor het eerst in de geschiedenis een dubbele pausnaam koos -Johannes Paulus, verwijzend naar zijn twee voorgangers- conciliepausen - kwam in oktober Karol Wojtyla aan het hoofd van de kerk.

Etymologie

* afleiding uit het Latijn albino is wit