alcohol
mannelijk (de)/ˈɑlkohɔl/
Wat is de betekenis van alcohol?
alcohol betekent: (scheikunde) elk van de verbindingen uit een groep koolwaterstoffen die gekenmerkt zijn door de aanwezigheid van een -O-H-verbinding
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheikunde) elk van de verbindingen uit een groep koolwaterstoffen die gekenmerkt zijn door de aanwezigheid van een -O-H-verbinding
- substantie die gevormd wordt bij vergisting van suikers en in alcoholische dranken zit
- (metonymisch) (drinken) een of meerdere alcoholhoudende dranken
Voorbeelden van "alcohol" in een zin
- Alcoholen kunnen in een reactie met een zuur esters vormen.
- Aan de hoeveelheid alcohol die men in het bloed heeft zijn wettelijke grenzen gesteld als men achter het stuur wil zitten.
- Dat spul is pure alcohol.
- Neem nog een glas alcohol.
- Ik neem aan dat er ook de nodige alcohol in het spel was .
Etymologie
*via modern Latijn "alcohol" en "alcohol" afgeleid van (kuḥl) "kohl, antimoon" in combinatie met (al) "de/het", in de betekenis van ‘kleurloze vloeistof’ voor het eerst aangetroffen in 1770
Uitdrukkingen
- alcohol achter de kiezen
Vertalingen
Engelsalcohol
Fransalcool, alcohol
DuitsAlkohol
Spaansalcohol
Italiaansalcol, alcool
Poolsalkohol
Zweedsalkohol
Deensalkohol
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek