alfa
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɑlfa/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- α, eerste letter van het Griekse alfabet
- aanduiding of markering van de eerste in een volgordeDe drie hoeken duiden we gewoonlijk aan met alfa, bèta en gamma.
- significantieniveau bij een statistische analyseDit getal had boven de 0,9 moeten liggen, maar Jesse ontdekte dat de alfa in Stapels onderzoek 'echt belachelijk laag' was, kleiner dan 0,45.
zelfstandig naamwoord
- iemand die een menswetenschap studeert of beoefent
Etymologie
*naar de eerste letter van het Griekse alfabet "α" (alfa), die klinkt als de e "A"
Vertalingen
Engelsalpha
Fransalpha
DuitsAlpha
Spaansalfa
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek