Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

alfawolf

mannelijk (de)/ˈɑlfaˌwɔlᵊf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dierkunde (dierkunde) achterhaalde aanduiding voor de aanvoerder binnen een roedel wolven In natuurlijke omstandigheden bestaat een roedel uit een ouderpaar dat een groep van hun kinderen aanvoert. De verouderde theorie over een aanvoerder die zijn positie verwerft door strijd binnen de roedel was gebaseerd op in gevangenschap gevormde groepen wolven.
    Ook bij wolven hebben we het vaak over de alfawolf. We bedoelen dan de leider. Maar eigenlijk klopt die naam alfawolf niet. De naam werd ooit bedacht door Rudolph Schenkel, een Duitse bioloog. In 1944 bestudeerde hij het gedrag van wolven in de dierentuin. Hij zag daar dat mannetjes en vrouwtjeswolven streden om de macht binnen hun groep. Vandaar de naam alfawolf.
  2. figuurlijk, sociologie (figuurlijk) (sociologie) iemand die door overheersend gedrag leider van een groep is
    Toch zijn de horizontaal georganiseerde werkvloer en zelfsturende teams een trend. Appelo schudt zijn hoofd: ‘Zelfsturing bestaat helemaal niet. Zo’n team heeft altijd een ongekroonde alfawolf in zijn midden, anders valt het vaak uit elkaar.’

Etymologie

*, leenvertaling van "alpha wolf"

Vertalingen

Engelsalpha wolf
DuitsLeitwolf