algebra

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɑlɣəˌbra/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wiskunde (wiskunde) deel van de wiskunde dat zich bezighoudt met de betrekkingen van door letters en tekens aangeduide grootheden
    Er zijn veel mensen die algebra niet snappen.
    Davis hielp mij met mijn huiswerk voor algebra en daarna speelde ik nog een paar uur Battlefront.

Etymologie

*via middeleeuws Latijn """ van (al jabr) "het zetten van botbreuken", "het op één noemer brengen van breuken", in de betekenis van ‘letterrekening’ aangetroffen vanaf 1612

Vertalingen

Engelsalgebra
Fransalgèbre
DuitsAlgebra
Spaansálgebra
Italiaansalgebra
Portugeesálgebra
Russischалгебра
Chinees代数学
Japans代数学
Turkscebir
Poolsalgebra
Zweedsalgebra
Deensalgebra