alleen-zijn
onzijdig (het)/ɑ'lenzɛɪn/
Wat is de betekenis van alleen-zijn?
alleen-zijn betekent: regelmatig gezelschap ontberen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- regelmatig gezelschap ontberen
Voorbeelden van "alleen-zijn" in een zin
- Het alleen-zijn werd hem te veel.
Veelgestelde vragen over alleen-zijn
Wat is de betekenis van alleen-zijn?
alleen-zijn betekent: regelmatig gezelschap ontberen
Welk woordgeslacht heeft alleen-zijn?
alleen-zijn is een onzijdig (het).
Hoe gebruik je alleen-zijn in een zin?
Voorbeeld: “Het alleen-zijn werd hem te veel.”
Etymologie
*(samenkoppeling) van alleen en zijn
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek