alleen-zijn
onzijdig (het)/ɑ'lenzɛɪn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- regelmatig gezelschap ontberenHet alleen-zijn werd hem te veel.
Etymologie
*(samenkoppeling) van alleen en zijn
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*(samenkoppeling) van alleen en zijn