alleen-zijn

onzijdig (het)/ɑ'lenzɛɪn/

Wat is de betekenis van alleen-zijn?

alleen-zijn betekent: regelmatig gezelschap ontberen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. regelmatig gezelschap ontberen

Voorbeelden van "alleen-zijn" in een zin

  • Het alleen-zijn werd hem te veel.

Etymologie

*(samenkoppeling) van alleen en zijn