allerlaatste
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɑlərˌlatstə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets of iemand die absoluut de laatste plaats in een reeks inneemtHet is niet leuk om bij elke wedstrijd de allerlaatste zijn.‘Het is zaak dat je niet vol gas geeft. Dat moet je voor het allerlaatste bewaren.’Dat laat ik aan de autoriteiten over. ’Jeroen wilde een snedige opmerking maken, maar wist op het allerlaatste moment zijn woorden in te slikken.
- minst waarschijnlijkeJan is de allerlaatste om anderen een verwijt te maken.
zelfstandig naamwoord
- meest recente nieuwsHet allerlaatste weet ik ook nog niet.
Etymologie
#verbogen vorm van de absoluut overtreffende trap van laat, sterk beklemtoond laatste
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek