allerlaatste

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɑlərˌlatstə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets of iemand die absoluut de laatste plaats in een reeks inneemt
    Het is niet leuk om bij elke wedstrijd de allerlaatste zijn.
    ‘Het is zaak dat je niet vol gas geeft. Dat moet je voor het allerlaatste bewaren.’
    Dat laat ik aan de autoriteiten over. ’Jeroen wilde een snedige opmerking maken, maar wist op het allerlaatste moment zijn woorden in te slikken.
  2. minst waarschijnlijke
    Jan is de allerlaatste om anderen een verwijt te maken.
zelfstandig naamwoord
  1. meest recente nieuws
    Het allerlaatste weet ik ook nog niet.

Etymologie

#verbogen vorm van de absoluut overtreffende trap van laat, sterk beklemtoond laatste