alleskunner

mannelijk (de)/'ɑləskʏnər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die heel veel kan (of die de indruk geeft alles te kunnen)
    De Druivencross is een rit die niet meetelt voor een klassement. Voor Van der Poel was het de tiende overwinning van dit seizoen. De alleskunner begon in de derde ronde aan een solo, die hij tot de finish volhield. Toon Aerts, die Van der Poel zaterdag van de zege had afgehouden, eindigde als vierde.
    Na een lange revalidatie van ruim vijf maanden stapte de Belgische alleskunner vandaag in de Azencross in Loenhout weer op de fiets in wedstrijdverband.

Etymologie

* Samenstellende afleiding van alles en de stam van kunnen