almaviva

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌɑlmaˈviva/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding, geschiedenis (kleding) (geschiedenis) lange, wijde mantel zonder mouwen
    Op de kamer van Hasebroek leerden Beets en Kneppelhout elkaar nader kennen, waar de laatste zijn entree in een zwierige almaviva en een broek van Chinese stof maakte.
    {{ouds|1805
  2. kookkunst (kookkunst) pudding die verschillend gekleurde lagen heeft
    {{ouds|1935/46

Etymologie

*[1] een verwijzing naar de kleding van de fictieve graaf d'Almaviva, een hoofdpersoon in twee bekende blijspelen van : Le Barbier de Séville (1775) en Le Mariage de Figaro (1778), in de betekenis "wijde mantel" aangetroffen vanaf 1795 (zie vindplaats hieronder)