alomtegenwoordigheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. filosofie (filosofie) de eigenschap om overal tegelijkertijd aanwezig te zijn
    Er kan je een claustrofobisch gevoel overvallen bij de gedachte datje nooit zult kunnen ontkomen aan de alomtegenwoordigheid van priklimonade of de reclameclaims van verzachtende shampoo; dat er altijd wel ergens in de omgeving een boodschap hangt, zelfs in de palmbomen langs de Nijl tussen Aswan en Luxor, of in de paden die naar Angkor Wat leiden, of boven de Niagarawatervallen.
    Het was de alomtegenwoordigheid van de oudheid die tot mijn verbeelding sprak.

Etymologie

*afgeleid van alomtegenwoordig

Vertalingen

Engelsomnipresence, ubiquity
Fransubiquité
DuitsAllgegenwart, Allgegenwärtigkeit
Spaansomnipresencia
Italiaansubiquità, onnipresenza
Poolsomniprezencja, wszechobecność
Zweedsallestädesnärvaro
Deensallestedsnærværelse