aanschouw
/ˈansxɑuwt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) aanblik, gezicht..met den eersten aanschouw..|..op het eerste gezicht..
- in ~ nemen onder ogen nemen, in de beschouwing betrekkenU kunt te allen tijde hoogwaardig en duurzaam schilderwerk verwachten, waarbij het milieu altijd in aanschouw wordt genomen.
Etymologie
* van aanschouwen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek