aanbelanden

/ˈambəˌlandə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) ergens terechtkomen, oorspronkelijk per schip
    Columbus dacht dat hij in Indië zou aanbelanden.
    We zijn aanbeland bij hoofdstuk zeven.

Vertalingen

Engelsend up
Fransse retrouver, arriver
Duitshingeraten
Spaansir a parar a, dar en, llegar en su destino