arriveren
/ɑriˈverə(n)/
Wat is de betekenis van arriveren?
arriveren betekent: (erga) de bestemming bereiken
Betekenis
werkwoord
- (erga) de bestemming bereiken
Voorbeelden van "arriveren" in een zin
- De stoet was bij het paleis gearriveerd.
- Het was nog donker toen Jack arriveerde om mij met zijn auto naar de Mexicaanse grens brengen.
- ‘YeeHaa…’ Met een plons sprong Goldie naast me het hete water in. Goldie en Barbie hadden me binnen een halfuur al ingehaald en waren ook gearriveerd bij de rivier.
Etymologie
* van "arriver" (), in de betekenis van ‘aankomen’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Vertalingen
Engelsarrive, end up
Fransarriver
Duitsankommen
Spaansllegar (a)
Portugeeschegar
Poolsprzybyć
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek