aankomen

/ˈaŋkomə(n)/

Wat is de betekenis van aankomen?

aankomen betekent: (erga) een bestemming bereiken

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) een bestemming bereiken
  2. een kort bezoek brengen*
  3. treffen
  4. erga (erga) zwaarder worden
  5. dichterbij komen
  6. aanraken
  7. emotioneel raken; emotioneel beroeren
  8. iets zien aankomen: iets verwachten
  9. aankomen aan: krijgen
  10. aankomen op: berusten op
  11. erop aankomen: beslissend zijn, van belang zijn
  12. aankomen met: met iets komen aandragen

Voorbeelden van "aankomen" in een zin

  • U bent aangekomen in Overveen.
  • 'Als ik na het eten nog cafeïne drink, doe ik geen oog dicht, en ik kan natuurlijk niet met dikke wallen aankomen op mijn auditie.
  • Want stel je voor dat Sint hier in een ouwe, grauwe paardedeken was aangekomen. Hadden jullie hem dan herkend?
  • Zullen we even aankomen als we toch in Zwolle zijn.
  • Het ongeval was harder aangekomen dan we aanvankelijk dachten.

Uitdrukkingen

  • er zit een mooie tijd aan te komenvol hoop zijn dat er goede tijden komen
  • iemand zien aankomeniemand geen kans gunnen
  • ergens aankomenmet je handen iets aanraken
  • het ergens op aan laten komenriskeren, de gok wagen
  • kunnen zien aankomenvoorspellen
  • niet kunnen aankomen metniet als excuus kunnen gebruiken dat

Vertalingen

Engelsarrive, end up, gain weight
Fransarriver, gagner, toucher
Duitsankommen, zunehmen
Spaansllegar, engordar, tocar
Italiaansarrivare
Poolsprzybywać, tyć