naderen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- in aantocht zijn; dichterbij komenWie de stad nadert, valt meteen de imposante kerktoren op.De grote dag begint te naderenHet was herfst en de winter naderde.
Etymologie
*Afgeleid van nader.
Vertalingen
Engelsto approach
Franss'approcher de
Duitsnäher kommen
Spaansacercarse, avecinar
Zweedsnärma
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek