nationaliteit
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (juridisch) Het bezit van het staatsburgerschap van een land of meer landen, officiële registratie in een staatIn 1943 had Hitler een decreet uitgevaardigd waarin stond dat iedere buitenlander die voor het Duitse leger had gevochten automatisch de Duitse nationaliteit kreeg[https://www.nrc.nl/nieuws/2025/02/28/rik-kuiper-las-270-brieven-van-een-sser-aan-zijn-vrouwke-kan-een-kampbeul-ook-een-lieverd-zijn-a4884349 www.nrc.nl (2 mrt 2025)]
- (politiek) Het op grond van herkomst of afstamming behoren tot een bepaald etniciteit en (indien aanwezig) de natie; nationaliteit staat in deze definitie los van het staatsburgerschap
Etymologie
* Afgeleid van nationaal
Vertalingen
Engelsnationality
Fransnationalité
DuitsNationalität
Spaansnacionalidad
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek