alpenroos

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plant die in het hooggebergte groeit
    De stevige wandeling levert meer op dan alleen het uitzicht op de imposante ijsmassa. Op de berghellingen staan de alpenbloemen volop in bloei. De gewone alpenroos (Rhododendron ferrugineum) kleurt hele stukken rozerood. De witte alpenmargriet, de blauwe voorjaarsgentiaan en de gele voorjaarszonnebloem maken het kleurenpalet compleet. Reformatorisch Dagblad Gerco Verdouw 20-02-2012 [https://www.rd.nl/meer-rd/groen-duurzaamheid/alpenbloem-wacht-op-de-lente-1.656670 Alpenbloem wacht op de lente]
    De volgende dag is het serieus. Een ervaren berggids wacht in alle vroegte. We krijgen een extra dosis magnesium, hij controleert of we gewapend zijn tegen de verwachte regen en dan rijden we naar Grabs, om vandaar naar de Tilisunahütte (2.211 meter) te klimmen. Het is zomer, de alpenroos en gentiaan kleuren de dag, en de brunel geurt naar chocolade. ‘Maar de beste periode om hier te komen is september’, geeft de gids mee, met een blik naar de dichtschuivende hemel. De Standaard 23 MEI 2015 Peter Vantyghem [http://www.standaard.be/cnt/dmf20150519_01688789 Tirol zonder tierlantijnen]