alpinist

mannelijk (de)/ɑlpi'nɪst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sport (sport) iemand die de bergsport beoefent
    De alpinist verdwaalde en werd nooit meer gevonden.
    De dagen erna moesten we ons concentreren op de uitdagingen die voor ons lagen zoals Glenn Pass, Pinchot Pass, Mather Pass en Muir Pass, allemaal meer dan 3.500 m hoog. England was een ervaren alpinist.

Etymologie

*Afgeleid van alpien of alpen

Vertalingen

DuitsAlpinist
Spaansalpinista, montañero
Deensalpinist