altaar
onzijdig (het)/ɑlˈtar/
Wat is de betekenis van altaar?
altaar betekent: offertafel voor godsdienstige plechtigheden
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- offertafel voor godsdienstige plechtigheden
Voorbeelden van "altaar" in een zin
- De priester las de mis aan het altaar.
- Zo kan het interieur van een houten kerkje in de Alpen, met zijn kromme banken en scheve muren en een naïeve voorstelling van de Heilige Maagd boven het altaar, voor een christen het idee van nederigheid of lijdzaamheid tastbaarder maken, beter tot leven wekken dan wanneer dit slechts in een boek wordt uitgelegd.
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘offertafel’ voor het eerst aangetroffen in 1200
Vertalingen
Engelsaltar
Fransautel
DuitsAltar
Spaansaltar
Italiaansaltare
Poolsołtarz
Deensalter
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek