altaartafel
mannelijk/vrouwelijk (de)/'ɑltartafəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) (meubel) grote hoge tafel die als altaar gebruikt kan wordenVoor in een katholieke kerk staat een altaartafel waaraan de priester de mis leest.Ook mocht ik de hosties pakken uit de tabernakel die bij de altaartafel tegen de wand stond.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek