alvorens

/ɑlˈvɔrə(n)s/

Betekenis

voegwoord
  1. luidt een handeling in die in de tijd voorafgaat aan die van de hoofdzin
    Alvorens hij te bed ging, dronk hij eerst nog een kop rooibosthee.
    Alvorens B te doen, deed hij eerste A.
    Omdat overal besmettelijke Giardia-parasieten in het water konden zitten, was het noodzakelijk om het water te zuiveren alvorens het te drinken.

Etymologie

* In de betekenis van ‘onderschikkend voegwoord’ voor het eerst aangetroffen in 1674

Vertalingen

Engelsbefore, previous to
Duitsbevor, ehe
Spaansantes de que
Italiaansavanti che
Poolsprzed