Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

amateurtijdperk

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de tijdsperiode dat een activiteit uit liefhebberij werd uitgevoerd en niet beroepsmatig
    Maar dat was in het stenen tijdperk geweest, of in elk geval in het amateurtijdperk. Sport was nu iets heel anders geworden, harder, effectiever, exclusiever, niet langer voor iedereen, en op den duur zelfs winstgevend.
    In 1969 was het de iconische Australiër Rod Laver die de vier belangrijkste tennistoernooien in één kalenderjaar won. Voor de tweede keer in zijn loopbaan zelfs. Laver deed het eerder in het amateurtijdperk, in 1962.