ambachtsheerlijkheid

vrouwelijk (de)/'ɑmbɑxtsherləkhɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de waardigheid van een ambachtsheer met de daaraan verbonden rechten
  2. het grondgebied of de landstreek, waarover de jurisdictie van deze ambachtsheer zich uitstrekt, het ambacht