ambiëren

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) naar iets streven
    Het louter verzamelen van knipsels over zaken die sinds 1993 in de publiciteit waren gekomen en dat achter aan het oude boek plakken, ambieerde ik niet.
    Hij ambieerde duidelijk een wetenschappelijke carrière, profileerde zich in het land en daarbuiten.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘dingen naar’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1619

Vertalingen

Engelsaspire to
Fransambitionner
Duitsanstreben
Spaansambicionar