ambtenaar
mannelijk (de)/ˈɑmtənar/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) iemand die aangesteld is in een door de overheid beheerde dienstEr is morgen een vergadering van alle ambtenaren.Maar de politici of ambtenaren, of allebei aangezien ze toch een en dezelfde waren, verzekerden dat deze huurregeling, die vorig jaar was ingevoerd, een tijdelijke maatregel was om de problemen van de gewone mensen in de crisistijd waarin ze nu leefden tegen te gaan.
Etymologie
*afgeleid van ambt
Vertalingen
Engelscivil servant
Fransfonctionnaire
DuitsBeamte
Spaansfuncionario
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek