aminozuur
onzijdig (het)/a'minozyr/
Wat is de betekenis van aminozuur?
aminozuur betekent: (biochemie) (medisch) bouwstof van de eiwitten, een organische verbinding die zowel een carboxylgroep (-COOH) als een aminegroep (-NH2) bezit
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (biochemie) (medisch) bouwstof van de eiwitten, een organische verbinding die zowel een carboxylgroep (-COOH) als een aminegroep (-NH2) bezit
Voorbeelden van "aminozuur" in een zin
- - Voor het feit dat komeetinslagen nog een toevallig geschenk uit de kosmos meebrachten: de basisbestanddelen voor het leven en voor DNA, zoals ribose, kooldioxide, ethanol, aminozuren en fosfor.
- De preparaten bleken in tegenstelling tot de vermelding op het etiket onzuiver en bestonden uit veel meer aminozuren dan alleen d- of l- glutaminezuur.
Etymologie
* In de betekenis van ‘organische verbinding die zowel amino- als carboxylgroep bevat’ voor het eerst aangetroffen in 1935
Vertalingen
Engelsamino acid
Fransacide aminé
DuitsAminosäure
Spaansaminoácido
Italiaansamminoacido
Portugeesaminoácido
Russischаминокислота
Chinees氨基酸
Japansアミノ酸
Koreaans아미노산
Arabischحمض أميني
Turksamino asit
Poolsaminokwas
Zweedsaminosyra
Deensaminosyre
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek